10 maart 2009 - Bij RADAR hebben zich meerdere mensen gemeld die zich hebben gestoord aan het feit dat minister Ter Horst de benoeming van de korpschef bij de politie in Zuid-Holland-Zuid heeft geblokkeerd.
In het kader van een voorkeursbeleid is het wettelijk toegestaan voor bepaalde groepen die zich in een achterstandspositie bevinden, een uitzondering te maken. De groepen waar deze uitzondering voor geldt zijn vrouwen, gehandicapten en allochtonen. Bij het uitvoeren van een voorkeursbeleid mogen anderen niet bij voorbaat worden uitgesloten en dient uiteindelijk de kwaliteit van de medewerker voorop te staan.
Minister Ter Horst, die gaat over de benoemingen binnen de politie, heeft de benoeming van de korpschef Zuid-Holland-Zuid in de wacht gezet, omdat er naar haar mening te weinig vrouwen en allochtonen in de politietop zitten. De minister heeft met de korpsbeheerders afgesproken dat in vier jaar tijd de helft van de vrijkomende posities in de politietop door een vrouw of een allochtoon moet worden opgevuld en dat 25 procent van de nieuwe mensen in de politietop vrouwelijk moet zijn. Anderhalf jaar na het maken van deze afspraken heeft de minister zeventien mannen en drie vrouwen benoemd. Volgens haar houden de korpsbeheerders en politiekorpsen zich dus niet aan de gemaakte afspraken. Minister Ter Horst zegt daarnaast dat er onder vrouwen voldoende geschikte kandidaten zijn. Ook is het niet zo dat niet-allochtone mannen in het geheel niet meer in aanmerking komen voor deze functies zo blijkt uit de cijfers die hierboven genoemde cijfers.
Zodra vrouwen en allochtonen evenredig vertegenwoordigd zijn in hogere functies en een kans hebben gekregen, tegen alle vooroordelen in, hun kwaliteit te bewijzen, kan het voorkeursbeleid opgeheven worden. Tot die tijd zijn deze maatregelen blijkbaar nodig omdat autochtonen en mannen bevoorrecht worden ten nadele van vrouwen en allochtonen, hetgeen als maatschappelijk ongewenst wordt gezien.
Of minister Ter Horst binnen de kaders van de wet blijft met het huidige beleid is nog maar de vraag. Het antwoord hierop hangt af van details die wij niet kennen.
Toch is het goed zorgvuldig te luisteren naar de weerstand die dergelijke voorkeursmaatregelen oproepen.
In het verleden is vaak gebleken dat voorkeursbeleid veel weerstand opriep, maar nauwelijks daadwerkelijk tot meer kansen voor achtergestelde groepen leidde. Per saldo een negatief resultaat dus.
De klachten zijn bij RADAR dan ook genoteerd en komen terug in beleidsadviezen, onderzoek en verslagen.